maandag 3 oktober 2011

Huilende Mannen



Vanochtend ben ik geweldig poëtisch gewekt.

Ik deed mijn ogen open tijdens het eerste couplet van een prachtig gevoelig emotionele huilbui van een stel echte mannen op mijn wekkerradio.

Mannen die de liefde eren met prachtproza, bestaande uit kattebelletjes en betraande postkaarten. 
Mannen die klinken alsof ze zich niet schamen voor het periodiek hebben van een vagina.

Ik heb het niet over een groepje tieners met een gitaartje in de hand en een plukje zwarte haren voor de ogen uit Amerika. Nee, die hebben het makkelijk rijmen. Dat zit daar in hun voedsel. Ik heb het over een groep volwassen mannen die stamppot eten. Pure Hollandse nuchterheid met een microbiologische vega-worst.

Juist. Ik heb het inderdaad over Bløf.

De poëtische teksten over gitzwarte emoties in de liedjes van Bløf eren mijn intelligentie en strelen mijn emotionele zijde. Zonder enige angst voor gezichtsverlies zingen ze hoogdravende en literaire teksten als: “Eén voor je tranen. Twee voor de mijne. Drie voor de horizon”.

Heerlijk herkenbaar.

Alsof je met je beste vriendin een kopje dampende choco drinkt en het Waargebeurde Verhaal van afgelopen woensdag doorneemt.

Zalig.

De kunst –want dat mag je het zeker noemen- zit ‘m in de deprimerende woordenreeksen over de natuurverschijnselen die ze zo graag bezingen. Vochtige en verdrietige blauwe grasvelden worden met het grootste gemak afgewisseld met een prachtige hoopgevende groene lucht. In het op en neer gespring op de kleuren van de regenboog en daarbij conflicterende natuurverschijnselen kan ik mij eventjes heerlijk laten gaan om mezelf vervolgens weer terug te vinden.

Ondanks het feit dat de meiden van Bløf tot op heden uniek blijven in onzinnige rijmelarij, hebben ze hiermee toch een nieuwe groep jongens van moeders’ zolder gehaald die zachtjes begonnen mee te wenen. 
Zoals de ideale schoonzoon Xander de Bouillabaisse met zijn snotterende uithaal over het Afscheid.

Prachtig.

Kippenvel.

Het is dan ook volledig terecht dat deze symfonie door tout zingend Nederland uit de archieven wordt gehaald.

Nee! Nee! Nee! Je hoeft niet te gaan, schat.

Joost Marsman, beter bekend als Is Ook Schitterend, weet mij ook altijd zo te raken. Het bezopen laatste trekje van de sigaret in Voltooid Verleden Tijd vormde daarop een uitzondering. Roken! Ieuwie! Dat is pas Voltooid Verleden Tijd!

Ik ben daarom oh-zo-verheugd dat ook de tijd van het dronken tekstschrijven verleden tijd is. Dat ook de Rock en Roll met de tijd meegaat. Dus goddank wordt er nu steevast naar de verse muntthee met een vleugje honing gegrepen. En scheer die baard toch lekker af, mannen. Ook in de keel.

Godverdomme zeg, nee!
Nee! Nee! Nee!

Weg met die zeikers, met Bløf voorop. Laat ze in hun eigen slaapkamer janken, als ze die behoefte voelen, maar niet langer mijn stemming bederven met hun kwijlende rampgevoelens via de radio.

Dood en verderf moet je als man niet met tranen bevechten. 
Bloed! Bloed en drank. Bloed, drank en geile wijven neuken.

Ze zeiken harder dan ik hebben kan.
Keihard.



donderdag 15 september 2011

Crowdsourcing my mom.


Mijn moeder

Mijn moeder heeft mij het leven gegeven.
Dus ik moet een beetje oppassen wat ik schrijf.
Anders ontneemt ze me het zo weer.
Maar toch licht ik een lipje van mijn luier, want zo ben ik.

Mijn moeder heeft rood haar.
Van haarzelf, zegt ze.
Maar mijn oma had ook rood haar.
Dus misschien heeft ze het wel van mijn oma.

Ze zeiden vroeger altijd : “Hee stoplicht: Spring eens op groen.”
Ik moest daar altijd hard om lachen, om dat verhaal.
Mijn moeder niet zo hard. Althans, niet vroeger.
Daarom droeg ze vroeger soms een kruimeldief met zich mee om deze op het hoofd van de pestkopf te zetten.
Deze had ze niet van mijn oma.

Mijn moeder is nu in ieder geval heel mooi.
Ze sport heel vaak en lacht meestal.
Als wij nieuwe mensen ontmoeten, stelt mijn moeder zich altijd voor als mijn zus.
Ik heb echter geen zus.
Maar die nieuwe mensen knikken toch begripvol.

Mijn moeder heeft een speciale vriendinnengroep.
Een groep van vijf vrouwen van middelbare leeftijd.
Ze noemen zichzelf ‘de Meiden’.
Wanneer er iemand van hen jarig is, gaan ze altijd met z’n allen eten en drinken.
Er is elke week iemand van hen jarig.
 
Mijn moeder heeft al jaren last van haar elleboog.
Omdat ze na een van die verjaardagsetentjes schrok van een hond, en pardoes tegen een paal aanfietste.
Het kwam niet door de alcohol, zei ze.
Het kwam door de hond.
En het paaltje.
“Die stomme kut hond.”
Hoor ik het paaltje nog vaak zeggen.

Het mooie van mijn moeder is, dat ze al na 1 wijntje begint te rebelleren.
En hysterisch gaat lachen.
Meestal om haarzelf.
En om Michael Reiziger.
Ik vind het altijd heel erg leuk als mijn moeder een wijntje drinkt.

Ook zonder wijntje hoor. Is ze leuk.
Zo spelen wij in de auto altijd het spelletje van toeteren naar een voetganger langs de weg.
En dan heel hard de andere kant op zwaaien.
Maar daar loopt dan niemand.
Geestig, niet?

Mijn moeder houdt van Sudoku bij de koffie, maar haat kruimeltjes bij de thee.
Ze vindt GTST helemaal geweldig.
Noemt Jennifer Lopez óf Jennifer Lo óf J Lopez.

Mijn moeder eet –overigens heel charmant- met de snelheid alsof er een vliegtuigraampje open is gezet.
Om dan 4 keer op te scheppen en dan vervolgens te zeggen dat ze dan “Ach, morgen wel niet eet”.
Ze schroomt ook niet tegen mensen met een lelijk shirt te zeggen: “WAT?! Ik versta u niet. Uw shirt schreeuwt.”


Omdat een schriftelijke obade aan je moeder heel mooi is;
En heel sentimenteel enzo;
En dat ook een beetje op mijn Bucketlist had moeten staan: 
(Zie onder, red. Red. ben ik zelf. Dit vind ik raar.)
R
oep ik hierbij iedereen op om mij te mailen met verhalen over haar.


(Als je haar kent uiteraard.)
(Maar iedereen kent haar.)
(Of heeft in ieder geval een Vriendschapsverzoek van haar gehad op Facebook.)

Goed: Verhalen dus.
‘Crowdsourcing my mom’.

Slechte of goede anekdotes: ze zijn bij haar allemaal eender.
De goede zijn zo slecht nog niet en de slechte zijn beter. 
Want zoals mijn lieve opa altijd bromde:
“ Zoals de moeder van Marleentje, zo is er maar eentje.”

Je vindt mij op mwiedhaup@gmail.com

dinsdag 12 juli 2011

To Do Before I turn Old






Ik ben ooit, vroeger toen ik nog jong was, een to-do-lijst begonnen. Want dat deed je toen: Een to-do-lijst beginnen. ‘To Do Before I Am 30’, noemde ik hem in het vreemde Engels. 

Nachtenlang lag ik ijverig in bed. Te denken en te schrijven. Met de zaklamp tussen mijn been en de bedstee geklemd. Mijn handjes boven de deken. De inkt en tipp-ex was in huize Wiedhaup niet aan te slepen en de piepers van mijn moeder waren meestal al koud als ik mij zuchtend van mijn lijst afwendde. Het zou een levenswerk worden. Mijn levensweg naar de top. De routekaart naar mijn volmaaktheid. En naar wereldvrede. Altijd naar wereldvrede.

En toen plots uit het niets -en de VS- was er Beverly Hills 90210. Mijn afvinkvakjes werden vervangen door roze hartjes en ridicule namen als Brandon en Brenda, Dylan en Mister Silver. Mijn ijverige avondjes in bed waren voorbij. De handjes waren niet altijd meer boven de dekens. De lauwe piepers van mijn moeder werden puberaal terug naar haar hoofd geslingerd. Want ze was immers “zelf een pieper. Tssah”.

Zaterdag 6 augustus word ik dan toch echt 30. En mijn lijst, waar ijverig mijn kinderjaren in zijn gestoken, loopt af. Reden te meer om hem nog eens uit het stof te halen. Ik heb ‘m ingescand op rechts. Dat leest wel zo lekker mee.

Helaas moet ik concluderen dat een aantal belangrijke doelen van de lijst niet zijn behaald. Maar er is er ten minste 1 die ik nog op de valreep kan waarmaken. En als ik daarvoor het heft in eigen boezem moet nemen, dan goshdarned so be it.

De jonge Marleen in ons heeft het verdiend.



zaterdag 11 juni 2011

Mijn Buurvrouw

Mijn buurvrouw is Frans. 
Dat weet ik omdat ze Frans spreekt. 
Maar ik heb het haar eigenlijk nooit gevraagd. 
Mijn Frans is niet zo goed, vandaar.

De vriendinnen van mijn buurvrouw zijn ook Frans. 
Althans, ze spreken ook Frans. 

Mijn buurvrouw rookt niet. Ook al is ze Frans. 
Dat weet ik omdat haar Franse vriendinnen uit haar raam moeten roken. 
Ik ruik dat in mijn slaapkamer.

Mijn buurvrouw moet altijd vroeg opstaan. 
Dat vermoeden heb ik omdat ze het namelijk niet leuk vindt als ik ‘s avonds muziek draai. 
Omdat ze de dan volgende ochtend vroeg moet opstaan.
Ik begrijp dat wel. Ik denk niet dat dat iets typisch Frans is.

Mijn buurvrouw is best jong. Een jaartje of 23. 
Tenminste, dat denk ik.
Ik had laatst nog een grapje gemaakt toen iemand bij mij kwam eten en ook opmerkte dat mijn buurvrouw Frans was.
Ik zei toen: “Knap, hè, dat iemand van die leeftijd al zo goed Frans spreekt!”.
Mijn eetgast vond dat niet zo grappig.

Mijn buurvrouw is een onderhuurster, denk ik. Dat denk ik omdat er eigenlijk nooit post in ons huis binnenkomt voor iemand met een Franse voor, of- achternaam.
Tenzij Nienke Hoekstra een Franse naam is. Maar dat lijkt mij sterk.

Dus ergens denk ik dat mijn buurvrouw niet lang mijn buurvrouw zal blijven. 
Ik denk dat ze hier is voor een slimme Franse traineeschip bij een slim Frans bedrijf en dat ze daarna dan weer naar Frankrijk terug zal gaan.
Of naar Algerije. Dat kan natuurlijk ook. Want daar spreken ze ook Frans.

Maar daar zal ik nooit achterkomen, denk ik. 
Mijn Frans is niet zo goed, vandaar.

maandag 6 juni 2011

Groene thee en Chinese roerbakgroenten

Ik heb een vriendje. Laten we hem Joris noemen. Dat is wel zo makkelijk, want zo heet hij ook.

Joris is een vegetariër. Maar ja. Niemand is perfect.

Er is alleen nòg iets met hem aan de hand.

Joris drinkt geen alcohol. Geen druppel.

Joris is geen ex-alcoholist. Joris is ook geen Moslim, zoals zijn naam al deed vermoeden. Joris drinkt gewoon niet. En dat vind ik kut.

Met een dubbele tong een halve kip naar binnen schuiven als je nieuwe vlam een zakje Chinese roerbakgroenten en een groene thee nuttigt, is namelijk niet zo heel tof. Ik voelt me al snel ‘lomp’. Als vrouw. Op een tweede date.

Maar ik zette door. Joris was zo grappig. En Joris stak zijn alcoholvrije drankneus niet in mijn hedonistische gedrag. Daarnaast proostte hij er, in de kroeg, vrolijk op los. Met zijn biologische appelsap.

En toen, op een avond, Joris schaamteloos nuchter zwetend op de dansvloer, zag ik het licht:

Joris is juist een echte man.

Ga maar na. Elke keer heeft hij te maken met lompe boeren die hem aankijken alsof hij schurft heeft als hij een groene thee bestelt in de kroeg. En elke keer weer legt hij geduldig uit waarom hij niet drinkt. En elke keer weer blijft hij als laatste staan. Doet hij de lichten weer aan voor hen die niet meer weten hoe dat moet.

Begrijp me niet verkeerd: Niks maakt een man sexier dan hem een eerste slokje koud bier te zien drinken terwijl hij een homp vleesch op de BBQ knalt.

Maar wat daar geváárlijk dicht bij in de buurt komt is een man die onder grote druk van zijn zuipende vrienden en zeurende vriendin hardop een groene thee bestelt.

Daarom: Mijn volgende wijntje drink ik op Joris. De liefde van mijn lever.